A/ZDatumLocatie

Een interview met Thierry Malandain

Tekst: Astrid van Leeuwen

“Het Beest huist in ons allemaal”, zegt Thierry Malandain over zijn internationale hitproductie La Belle et la Bête, die Holland Dance Festival nu in Nederland presenteert. “Vrijwel iedereen wil, net als het Beest, aan zichzelf ontstijgen.” De Franse topchoreograaf heeft zich echter vooral laten inspireren door zijn dansers en zijn eigen situatie. “Als danser – en als choreograaf – lever je een continu gevecht tussen lichaam en geest, om te ontsnappen aan het gewone, in de zucht naar pure schoonheid.”

Het zijn bepaald niet in de laatste plaats zijn sprookjesballetten die hebben bijdragen aan zijn huidige faam als – volgens Le Figaro – ‘een van Frankrijks eredivisie-choreografen’.
Na het uitbrengen van zijn Casse-Noisette (De Notenkraker, 1997) werd Thierry Malandain door het Franse ministerie van Cultuur benoemd tot artistiek directeur van het destijds nieuw op te richten Centre Chorégraphique National in Biarritz. Zijn Cendrillon (Assepoester), uit 2013, werd een internationale hit en ook zijn La Belle et la Bête (2016) verovert momenteel stormenderhand de wereld. Toch moet Malandain (inmiddels 58) bekennen dat hij aanvankelijk zelf nooit op het idee ‘om in de wereld van feeën en sprookjes te duiken’ zou zijn gekomen. “Het was Laurent Brunner, directeur van de Opéra Royal, onderdeel van het Paleis van Versailles, die me voor de twee laatste producties de opdracht gaf. Omdat hij zich, gezien de historie van Versailles, in zijn onderwerpkeuze wil beperken tot verhalen en producties waarvan de geschiedenis terugvoert tot, minimaal, de zeventiende en achttiende eeuw.”

Fantasie en werkelijkheid
Wat Malandain het lastigst vond aan de opdracht om een Beauty and the Beast te maken, was: “Hoe kon ik mij onderscheiden ten opzichte van mijn Cendrillon? De sprookjes hebben namelijk nogal wat overeenkomsten: er is sprake van een vader, twee gemene, egoïstische zussen, een moeder die niet meer leeft. En als ik íets absoluut níet wil, is het wel mijzelf herhalen.” Malandain vond zijn inspiratie voor Beauty and the Beast dan ook niet bij Disney’s beroemde animatie- of de vorig jaar uitgebrachte live-action succesfilm, maar bij zijn landgenoot Jean Cocteau. Die schreef en regisseerde in 1946 een prachtige, surrealistische interpretatie van het verhaal, uitgebracht op zwart-witfilm, waarin fantasie en werkelijkheid amper te onderscheiden zijn. “Ik heb een aantal elementen uit deze film gebruikt, zoals de handschoen die de creatieve kunstenaar verbeeldt, het paard dat staat voor vitaliteit en kracht, en de roos, als symbool van liefde en schoonheid. Maar wat mij vooral raakte, was dat Cocteau zichzelf, tijdens de complexe voorbereidingen van zijn film, vergeleek met het Beest, in zijn zoektocht naar die liefde en schoonheid.”

Lichaam en ziel
Ook de vondst om drie nieuwe karakters in zijn productie te introduceren – de kunstenaar, zijn lichaam en zijn ziel – ontleende Malandain grotendeels aan Cocteau. “Toen Cocteau zijn film draaide, schreef hij een soort dagboek waarin hij de kunstenaar en zijn toestand belichtte, vooral omdat hij zelf, zo vlak na de oorlog, heel wat materiële problemen kende en worstelde met het uitvoeren van zijn project. Ik werd hierdoor geïnspireerd om het idee van de kunstenaar die zijn werk tot een goed einde moet brengen te verwerken in mijn ballet.” De drie personages – waarbij een mannelijke danser het lichaam van de kunstenaar vertolkt en een danseres zijn ziel – hebben een belangrijke rol in de choreografie. Sterker nog: ze openen de productie en het duurt tot na circa een derde van het ballet voordat het Beest ten tonele verschijnt. Althans, in de gedaante van Beest, want in feite is de kunstenaar een alter ego van het Beest.  Of zelfs, zo geeft Malandain toe: “Je suis la Bête. Ik kan niet creëren zonder mijzelf te geven. Wat het onderwerp van mijn balletten ook is, ik moet een personage of een thema vinden waarin ik mezelf kan herkennen. Ik ben de Kunstenaar/het Beest, net zoals ik bij Cendrillon Assepoester was.” Dat de kunstenaar op het toneel steeds tussen zijn lichaam en zijn ziel instaat, verklaart hij als volgt: “Bij dansers zijn de twee in balans, maar niet bij een choreograaf van mijn leeftijd. Ik doe alles voor tijdens de repetities, maar elke beweging doet pijn, komt me duur te staan. Als ik twintig jaar jonger zou zijn, zou dat makkelijker gaan, maar tegelijkertijd had ik deze productie toen niet kunnen maken.”

Psychologische diepgang
Malandain staat bekend om zijn bijzondere, vaak wonderschone combinatie van klassieke en hedendaagse dans. “Maar dit keer bevat mijn werk wat meer klassieke dans, omdat het verhaal in de zeventiende eeuw speelt.”

Toch maakt hij in La Belle et la Bête –één danseres, die de liefde symboliseert, uitgezonderd– geen gebruik van de spitzentechniek en heeft zijn choreografie voor 22 dansers een eigentijdse, of liever tijdloze uitstraling. De prachtige, soevereine Belle in zijn ballet lijkt weggelopen uit een romantisch plaatjesalbum, het Beest verbluft met zijn indrukwekkende sprongen en vertedert door zijn lijden, terwijl de rol van Belles vader zich vooral onderscheidt door een enorme detaillering en grote expressiviteit. Tel daarbij de virtuoze, neoklassieke dans van het corps de ballet en de inventiviteit en psychologische diepgang van de hele productie op, en je snapt waarom dit ballet wereldwijd op staande ovaties wordt getrakteerd.

Dit is zeker ook te danken aan de muziek die Malandain koos: diverse composities van Tsjaikovski, waaronder zijn meesterwerk de Zesde Symfonie, bekend als de Pathétique.
“Het was moeilijk om de juiste muziek te vinden”, zegt de Franse choreograaf. “Ik koos voor Tsjaikovski, omdat zijn muziek dezelfde twijfels en hetzelfde lijden in zich draagt als waar ook het Beest – en ik als kunstenaar – door gekweld wordt.”