A/ZDatumLocatie
© Hibbard Nash Photography

‘De pure dans is sterk genoeg om op eigen benen te staan’

Al 23 jaar is Samuel Wuersten artistiek directeur van Holland Dance Festival. Maar het iedere keer weer ‘voor elkaar boksen’ van een opwindend en voor een breed publiek aantrekkelijk festivalprogramma blíjft uitdagend. “De vele voorbereidingen, het telkens weer speuren naar de juiste ingrediënten: ik vergelijk het vaak met koken, het is alsof je steeds opnieuw een exquis vijftiengangenmenu mag samenstellen.” Het palet aan nieuwe, prikkelende smaken is daarbij ook in de komende festivaleditie weer bijzonder groot. “We willen als festival een venster op de wereld zijn. Mensen verrassen met dans die anders is, die de smaakpapillen net even op een andere manier op scherp zet.”

Tekst: Astrid van Leeuwen

Samuel Wuersten

Het liefst zou hij, zei hij enkele jaren gelden, ‘ambassadeur van de virtuoze dans’ op zijn visitekaartje zetten. “Maar”, zo nuanceert Samuel Wuersten nu, “virtuositeit kent vele vormen. Voor mij zijn de subtiele, expressieve gebaren van de 66-jarige Sabine Kupferberg net zo virtuoos als de extreem hoog opgeworpen benen van Sylvie Guillem. Ik houd van dans als uitgesproken fysieke taal. Ik vind het belangrijk dat mensen zich – of ze nu professioneel danser zijn of amateur – via dans kunnen uitdrukken. En of ze dan met hun lichaam een hele roman verbeelden, een enkele gedachte of een gevoelig gedicht, daar heb ik geen voorkeur in.”

In deze tijd van talloze crossovers, fusions en multidisciplinaire voorstellingen lijkt het soms wel, zegt Wuersten (55), of de pure dans alleen ‘niet meer genoeg is’. “Als iemand een samenwerking met een kunstenaar uit een andere discipline wil aangaan, juich ik dat van harte toe. Maar het is, anders dan tegenwoordig vaak gedacht wordt, geen must. De dans als zuiver fysieke taal is sterk genoeg om op eigen benen te staan.”

Dat ene onderbuikmoment

Hoe hij zijn keuzes uit het wereldwijde aanbod maakt? “Vooropstaat dat er diep vanbinnen ‘iets’ moet gebeuren. Ik zal nooit een voorstelling programmeren waarin ik niet voor de volle honderd procent geloof, daarvoor is de verantwoordelijkheid die ik voel veel te groot. Hoe dat precies werkt, is moeilijk uit te leggen, maar eigenlijk is het altijd terug te voeren op één moment. Dat ene overweldigende moment waarop je denkt: ja, dit is het, deze voorstelling heeft die brede impact, dit is een voorstelling die mensen echt raakt. Het is iets ongrijpbaars, maar je zou het een soort klik kunnen noemen, een gevoel van: wow, ja, ik ben erbij geweest, ik heb dit mogen meemaken. En daarna volgt dan het besef: dit gaan we in het festival doen, dit wil ik met een groter publiek delen. Natuurlijk komt bij elke keuze ook verstand kijken, maar het meeste speelt zich toch af in de onderbuik.”

De lijst van landen waaruit hij voorstellingen naar Nederland heeft gehaald, is inmiddels zo lang dat hij zelf ook de tel is kwijtgeraakt. “Ik vind het belangrijk om aanvullend aanbod te presenteren. Bij meer dan 95 procent van de producties die wij brengen, is óf het gezelschap, óf de choreograaf óf de voorstelling zelf nieuw voor Nederland – en in veel gevallen alle drie. Maar nog belangrijker vind ik het dat ons programma inhoudelijk verrijkend is, dat wij als festival de ramen openzetten naar andere landen en culturen en dans in een internationale context plaatsen. Want zoals het merendeel van de Amerikanen alleen naar Amerikaanse films kijkt, krijg ik soms de indruk dat wij hier in Nederland aan een soortgelijke geconditioneerdheid lijden: we hebben vrij vastomlijnde ideeën van wat een dansvoorstelling moet zijn en waaraan die moet voldoen. Juist daarom vinden wij het als Holland Dance Festival belangrijk om mensen uit hun comfortzone te halen. Op een aantrekkelijke, zachte manier. Het publiek hoeft echt geen ‘sprinkhanen te eten’, maar dingen mogen wel anders zijn, vreemd zijn, exotisch zijn.”

Signatuur

“In mijn visie is het regelmatig verder dan de lands- en Europese grenzen kijken ook geen overbodige luxe, maar een noodzakelijke. Je weet immers nooit waar de nieuwe, meest spannende en belangwekkende ontwikkelingen plaatsvinden. Landen als Macedonië en Nieuw-Zeeland mogen in onze ‘westerse dansogen’ dan misschien op achterstand staan, maar ze ontwikkelen zich de laatste jaren zó sterk. Choreografen daar slagen er echt in om iets heel eigens neer te zetten.”

Iedere festivaleditie zegt, erkent Wuersten, veel over zijn eigen smaak, maar die smaak is wel met een veel bredere blik dan alleen zijn persoonlijke voorkeuren gevormd. “Iemand moet de kok zijn”, zegt hij. “Dus ja natuurlijk zie je mijn signatuur. Het zou raar zijn als dat niet zo was. Maar ik organiseer dit festival niet voor mijzelf, maar voor het publiek. Voor mij zijn volle zalen en enthousiaste reacties de maat. Als de zalen leeg zouden lopen, zou ik sterk gaan twijfelen aan mijn keuzes. Maar gelukkig zitten wij met een gemiddelde zaalbezetting van meer dan tachtig procent blijkbaar nog steeds op het goede spoor.”

Eun-Me Ahn Company – Dancing Grandmothers

Dansende grootmoeders

Over de belangrijkste kenmerken van de komende festivaleditie, begin 2018, hoeft hij niet lang na te denken: “De enorme diversiteit van het programma en het feit dat we voor 95 procent primeurs voor Nederland brengen, afkomstig uit maar liefst negentien landen.”

Twee speerpunten vallen daarbij op. “Het eerste is ‘de oudere danser’, een onderwerp dat mij na aan het hart ligt en bovendien een ‘genre’ waarbinnen momenteel veel gebeurt. Het Duitse 40+-ensemble Dance On ­­– zeg maar het nieuwe NDT3 in Europa – keert terug in het festival. Verder presenteren we een heel bijzonder duet dat de Zweedse meesterchoreograaf Mats Ek creëerde voor zijn nu 62-jarige vrouw en muze Ana Laguna en Yvan Auzley, voormalig danser van het Cullberg Ballet. De Koreaanse Dancing Grandmothers zijn voor het eerst in ons land te zien, met een absolute ‘feel good’-voorstelling van choreografe Eun-Me Ahn over ouderdom en de energie die loskomt wanneer je danst, ook wanneer je bijna negentig bent. Daarnaast brengen we een nieuwe editie van ons alle-leeftijden-community-project Good (old) Times uit.”

Icoon Martha Graham

Het tweede festivalspeerpunt is technologie. “Technologie heeft het imago koud en afstandelijk te zijn en wordt, omdat zij de mens meer en meer vervangt, steeds vaker als iets bedreigends gezien. Maar in de producties die wij presenteren heeft technologie een heel andere lading en uitwerking. Zo is de voorstelling waarin de Taiwanese choreograaf en danser Huang Yi met robot KUKA danst, vooral aangrijpend en emotioneel. In zijn streven om het perfecte kind te zijn, verlangde Huang op jonge leeftijd erg naar een robot als vriend en compagnon. Een verlangen waaraan hij nu op intrigerende wijze gestalte geeft, daarbij tegelijkertijd met veel humor inspelend op de toenemende vergrijzing in Azië. De Franse Compagnie Käfig creëert in Pixel, door het gebruik van technologie, vooral visueel spektakel en magie. In de pixelwereld waarin de hiphopdansers optreden zie je muren groeien, golven rollen, vloeren openbreken.”

Ook buiten beide thema’s om heeft de zestiende editie van Holland Dance Festival veel te bieden. Wuersten is er buitengewoon trots op dat hij, na dertig jaar, de Martha Graham Dance Company naar Nederland terughaalt. “Graham is een icoon. Als ‘moeder van de moderne dans’ heeft ze choreografen wereldwijd geïnspireerd. Ook op de Nederlandse dans was haar invloed groot; Rudi van Dantzig, Hans van Manen en vele anderen namen elementen uit haar werk over.”

Andere festivaltoppers zijn, aldus Wuersten, La Belle et La Bête van de Franse choreograaf Thierry Malandain en de Canadese schaatsproductie Le Patin Libre. “De eerste is een grote-zaal-voorstelling van internationale allure. De associatie met Disney ligt natuurlijk op de loer, maar Malandains versie heeft daarmee niets van doen. Zijn neoklassieke stijl is heel verfijnd en elegant. Le Patin Libre is een voorbeeld van onze eeuwige honger naar nieuwe dingen. Het is géén Holiday on Ice, géén verhalend ballet uitgevoerd door kunstschaatsers. Het is echt iets nieuws, hip en fascinerend, met het synchroon ‘glijden’ in formaties als een van de basiselementen. In Londen en Parijs was deze show al een enorme hit.”

Le Patin Libre – Vertical Influences

In dienst van de dans

In 2013 schrapte de toenmalige staatssecretaris Halbe Zijlstra alle festivals uit de basisinfrastructuur. Waar Holland Dance Festival tot die tijd 450.000 euro rijkssubsidie per jaar kreeg, ontvangt het festival nu van het Fonds Podiumkunsten jaarlijks nog slechts 62.500 euro. Toch lijken het festivalprogramma noch Wuerstens ambities er al te zeer onder te lijden. “Het is de nieuwe werkelijkheid”, zegt hij nuchter. “We zijn inmiddels heel goed geworden in ondernemen en in het opzetten van partnerships en het initiëren van samenwerkingen met andere landen en theaters.”

Zijn omvangrijke internationale netwerk speelt daarbij een cruciale rol. Naast artistiek directeur van Holland Dance Festival is Wuersten onder meer ook curator van het Moskouse Context-festival (geleid door Diana Vishneva), artistiek directeur van het Bachelor-dansprogramma van de Universiteit voor de Kunsten in Zürich en lid van het college van bestuur van het Rotterdamse Codarts. “Er zijn wel mensen geweest die vonden dat dat niet kon: zo veel petten dragen. Maar ik kan alleen maar zeggen dat ik letterlijk dagelijks merk wat voor een meerwaarde het oplevert. Ik kan doorlopend kansen en initiatieven en mensen met elkaar verbinden. Ik zie dat ook als een verplichting. Macht, invloed, vriendjespolitiek: het zegt mij allemaal niets. Ik sta in dienst van de dans, niet van mijn eigen carrière. En ik vind het een voorrecht en een eer om die rol te mogen vervullen. Ook na 23 jaar.”

Over de vraag of hij nog een droom heeft, moet hij even nadenken. Om vervolgens resoluut te antwoorden: “Ja, ik zou graag nog eens een festival willen kunnen programmeren zonder die eeuwige geldzorgen. Dat ik, wanneer iemand achtduizend euro voor een optreden vraagt, gewoon meteen kan zeggen: ‘Ja hoor, dat is prima!’.”