A/ZDatumLocatie

Sutra | Long read

‘Het leek me een enorme contradictie: voortdurend vechten en toch monnik zijn’

Nieuw ambassadeurs event rond Wonderschone productie Sutra

Woensdag 4 april, 20.00 uur – Zuiderstrandtheater, Den Haag

Tekst: Astrid van Leeuwen

Na het uitbrengen van zijn eerste productie Rien de Rien, in 2000 gemaakt voor het Vlaamse danscollectief Les Ballets C. de la B., ging het hard met de carrière van Sidi Larbi Cherkaoui. De eigenzinnige danser en choreograaf – zoon van een Vlaamse moeder en een Marokkaanse vader – werd al snel de lieveling van de internationale hedendaagse dansscène en was daardoor meer buiten zijn geboorteland België te vinden dan thuis in Antwerpen. Het succes eiste zijn tol: na een aantal jaren was Cherkaoui opgebrand. “Productie hier, productie daar. Ik had het gevoel dat ik werd geleefd. Losbreken uit dat productionele keurslijf was geen optie, want tegelijkertijd was choreograferen het enige wat me echt deugd deed.”

Kungfu

Via een bevriende Japanse impresario belandde Cherkaoui in 2007 in het klooster van de Shaolinmonniken in de Chinese provincie Henan, om een aantal maanden afstand te nemen van de hectische mallemolen die zijn leven, met alleen maar buitenlandse tournees, geworden was. De Shaolinmonniken volgen een streng regime, met de beoefening van de gevechtskunst kungfu als leidraad voor hun meditatie. Cherkaoui: “Als jongetje was ik gek op kungfu-icoon Bruce Lee en het was vanuit die kinderlijke nieuwsgierigheid dat ik een kijkje in die tempel wilde nemen. Hoe leven die kungfu-monniken écht? Het leek me een enorme contradictie: je dagen doorbrengen met vechten en dan toch monnik zijn.”

Sutra. Foto: Hugo Glendinning

Kraanvogels en tijgers

Maar eenmaal in de tempel ontdekte Cherkaoui dat hun fysieke inspanning resulteerde in een bewonderenswaardige mentale rust. “De Shaolinmonniken hebben de verbluffende gave om met kungfu de identiteit van dieren als kraanvogels en tijgers aan te nemen. Ze transformeren van warm naar koud, gaan van yin naar yang en komen daarmee tot een complete identificatie met de wereld om zich heen.”

Zo ontstond tijdens zijn retraite het idee om een dansproductie met de monniken te maken. Cherkaoui wist de abt te overtuigen van zijn plan, maar vanzelfsprekend was dat zeker niet. “Over elk aspect van de voorstelling is urenlang gepraat. Soms leek het alsof we aan diplomatie deden. Het heeft doorzettingsvermogen gekost om deze voorstelling te maken, ook omdat de abt vond dat wij als westerlingen een karikaturaal beeld van China en de Chinees hebben.”

Poortwachter

In zijn productie – die in mei 2008 in het Londense Sadler’s Wells in première ging – nam Cherkaoui zelf de rol van ‘regisseur’ of ‘architect’ voor zijn rekening, als ook die van een soort vaderfiguur voor de jongste monnik (Cherkaoui’s rol wordt nu in Den Haag gedanst door assistent-choreograaf Ali Ben Lotfi Thabet). “In deze rol ben je als het ware een poortwachter die schuift en schakelt tussen de scènes en ze samenbrengt als de blaadjes van een lotusbloem. Daartegenover ben je ook de westerse man, degene die alleen staat in het collectief; de outsider.”

In zijn choreografie verbindt Cherkaoui de kungfu met pure dans, in een decor van grote houten kisten, ontwerpen door de Britse kunstenaar en Turner Prize-winner Antony Gormley. Cherkaoui: “Via die kisten kon ik, ondanks de verschillen in taal en bewegingsachtergrond, communiceren met de monniken. We bouwden muren met de kisten, maar ook bruggen, tempels, een kerkhof.”

Dat resulteerde in een werkelijk magisch spel: telkens als je denkt dat alle manieren van stapelen en kantelen van de kisten wel gebruikt zijn, tovert Cherkaoui opnieuw een caleidoscopisch decor tevoorschijn. Wat aanvankelijk als ‘ingang’ voor het werkproces begon, werd gaandeweg ook de inhoud van het stuk. “Sutra gaat over opbouwen en vernietigen, over transformaties en spel.”

Explosieve rust

Cherkaoui heeft de Chinese monniken uitgedaagd hun bewegingen anders te combineren dan ze tijdens hun jarenlange training zijn gewend. De samenwerking concentreerde zich uiteindelijk dan ook vooral op het niveau van de kwaliteit van beweging. Waar de monniken onder de indruk waren van het flexibele en doorgaande karakter van Cherkaoui’s dans, werd hij geraakt door het snelle en abrupte van de kungfu. “In de jaren voordat ik Sutra maakte, was ik steeds meer op zoek naar verzoening, naar een soort ‘vrede’ door zo vloeiend mogelijk te bewegen. Het was voor mij óf zacht zijn, óf destructief. Sinds Sutra begrijp ik dat explosiviteit ook een manier is om rust te creëren.”

Voor dit artikel werd gebruikgemaakt van diverse interviews die Cherkaoui rond de creatie van Sutra gaf.