fbpx
A/ZDatumLocatie

‘Hun dans is simpel, maar met hun lichaam kunnen ze alles uitdrukken’ | De Koreaanse grootmoeders van Eun-Me Ahn

De ‘Dancing Grandmothers’ uit Korea zijn een internationale sensatie. ‘Op het toneel ontpoppen de grootmoeders zich tot bommen van uitbundige energie, plezier en verleiding’, schreef de Franse krant Le Monde. Choreografe Eun-Me Ahn, alias de ‘Pina Bausch van Seoul’, geeft in een drieluik – waarvan Dancing Grandmothers het eerste deel is – verschillende generaties uit haar geboorteland een ‘stem’. “Dansen betekent voor deze oudere vrouwen vrijheid, geluk.” En het publiek? “Dat gaat bij ieder optreden helemaal uit zijn dak.”

Tekst: Astrid van Leeuwen

Bij het genre ‘road movie’ denk je al snel aan eindeloos asfalt, uitgewoonde auto’s, ongeschoren koppen en innerlijke strubbelingen. Maar de ‘road movie’ die de basis vormde voor Dancing Grandmothers – en onderdeel is van de voorstelling – is van een heel ander kaliber: op een muziekmix van folklore en electro zien we oude dametjes, schuddend en swingend, in onder meer een kapsalon, wasserette, supermarkt, aan zee en op een treinstation. En allemaal bewegen ze, in een up-beat tempo, volgens min of meer dezelfde patronen, aanstekelijk en stralend.

Choreografe Eun-Me Ahn wilde, zegt ze, hun dans een ‘gezicht’ geven. In 2010 trok ze met vier van haar dansers en drie camera’s door haar geboorteland om met oudere vrouwen in de steden, maar vooral op het platteland te praten over dans en hun bewegingen vast te leggen. “Bij feestelijke gelegenheden wordt altijd veel gedanst en ik wilde iets doen met die traditionele Koreaanse bewegingen. De meeste vrouwen die we tijdens onze reis aanspraken, reageerden aanvankelijk huiverig en afwijzend. Bij het zien van de camera’s dachten ze dat ze op tv zouden komen. Maar toen we onze bedoelingen duidelijk maakten en voor hen dansten, ontdooiden ze. We raakten in gesprek en vervolgens begonnen zij ook voor ons te dansen.”

Dans bood – en biedt – deze vrouwen een mogelijkheid om te ontsnappen aan het dagelijkse bestaan, zegt Ahn. “De meeste oudere vrouwen in Korea hebben geen opleiding genoten. Neem mijn moeder: ze werd in 1932 geboren, leefde tot haar twaalfde onder de Japanse overheersing en na de oorlog was alles gericht op de wederopbouw van het land en op het krijgen van kinderen. Vrouwen hadden het zwaar in die tijd, overdag hadden ze geen enkele vrijheid, maar ’s avonds laat dansten en zongen veel van hen. Het was de manier om íets van geluk en vrijheid te ervaren. En dat merkten we ook steeds weer bij het filmen: je zag de glimlach op hun gezicht verschijnen, hun ogen schitteren en na een tijdje veranderde ook hun lichaam. Je zag de geluksstofjes als het ware vrijkomen.”

EIGEN ENERGIE

Ahn wist al gauw: “Ik wil met een aantal van hen, in combinatie met mijn eigen dansers, een voorstelling maken.” Dat was voor de jonge, professionele dansers wel even pittig, zegt ze. “Ze hadden het zwaar, er moest veel gerepeteerd worden, alles ging in een veel trager tempo dan ze gewend zijn en dat kostte dus veel extra energie. Maar sinds de productie er staat, zijn ze er heel blij mee. Ze zien dat de grootmoeders (die inmiddels vervangen zijn door nieuwe groepen vrouwen tussen de 60 en 90 jaar – AvL) een eigen energie inbrengen, dat dans niet alleen om fysieke kracht en techniek draait. De grootmoeders dansen heel simpel, vanuit hun hart, maar ze kunnen alles overbrengen met hun lichaam: geluk, blijdschap, maar ook verdriet en lijden.”

Ahn nam hun traditionele dans als uitgangspunt voor haar uitbundige choreografie en daarin wisselt ze scènes met de oudere vrouwen, de jonge dansers en beide groepen samen voortdurend af. Ze overbrugt daarmee de kloof tussen beide generaties, iets wat nog versterkt wordt door de bonte kleuren, strepen en bloempatronen van de kleding van de grootmoeders. Ahn, die zelf ook meedanst: “Ik heb een basisstructuur voor de dansers ontwikkeld, maar voor de rest is iedereen vrij om de dans zelf in te vullen en te kleuren.”

Dancing Grandmothers blijkt, zegt Ahn, echt een voorstelling voor alle leeftijden te zijn. “We zien dat juist ook jonge mensen er diep door geraakt worden.” Aan het einde van de choreografie wordt (een deel van) het publiek uitgenodigd om de dansers op het toneel te vergezellen. Ahn, enthousiast: “Mensen worden dan echt gek, ze beginnen te schreeuwen, iedereen wil met ons meedansen.” Lachend: “En geef ze eens ongelijk: wanneer krijg je nou de kans om met Koreaanse oma’s te dansen?”

VERBINDENDE KRACHT

Voor Ahn was Dancing Grandmothers zo’n eyeopener dat ze besloot om vervolgens ook Dancing Teen Teen en Dancing Middle-aged Men te maken. “Er is, zeker in Korea, een grote kloof tussen de verschillende generaties, maar dansen verbindt mensen, het heeft op iedereen hetzelfde positieve effect. De grootste uitdaging bij de tieners was dat ze veel moeite hadden om zichzelf te zijn. Op een paar geweldige jongeren na, die echt hilarisch waren in hoe ze met de camera en de muziek omgingen, hadden de meesten aanvankelijk de neiging om elkaar alleen maar te kopiëren. De middelbare mannen waren vooral heel verlegen in het begin. Allemaal ‘babyfaces’”, schertst Ahn. “Ze dachten dat ze niet goed genoeg waren, omdat ze zichzelf vergeleken met hiphopsterren en gespierde bonken. Maar uiteindelijk waren ze zó gelukkig toen ze zich durfden over te geven aan de dans.”

Wat Ahn zelf geleerd heeft van haar drieluik? “Het heeft mijn blik op het leven en op dans nog verder verruimd. Ik heb sindsdien met meer ‘speciale’ groepen aan dansproducties gewerkt, zoals blinden, kleine mensen, transgenders en moeders die hun kind hebben verloren in militaire dienst. Dans geeft hun – net zoals dat bij de grootmoeders het geval is – de mogelijkheid om hun diepste gevoelens te uiten. Gevoelens waar lang niet altijd woorden voor zijn.”

Eun-Me Ahn

CHOREOGRAFE EUN-ME AHN

De in Seoul geboren Eun-Me Ahn (“Mijn leeftijd zeg ik niet”) is een buitengewoon eigenzinnige kunstenaar en, zo beseft ze zelf ook, een wonderlijke verschijning. “Ik ben, door hoe ik eruitzie en door mijn high-speed energie, geen doorsnee typje. Als mensen mij ontmoeten, zijn ze meestal compleet in shock.”

In artikelen wordt het werk van de Koreaanse vaak in één adem rebels én provocerend genoemd. “Dat eerste is absoluut waar”, zegt ze. “Je móét dat ook zijn: rebellie is de basis van kunst. Maar ik ben er niet bewust op uit om te provoceren. Waar ik naar streef is dat ik mensen stimuleer om met een ‘open mind’ naar kunst te kijken, dat ik nieuwe, onverwachte dingen met hen deel, maar wel altijd op een positieve manier. En daarna kunnen we dan vrienden worden”, zegt ze lachend.

Als kind had Ahn een overdosis aan energie, maar met sport had ze helemaal niets. “Op mijn vijfde zag ik een Koreaanse dansgroep. Ik was meteen verkocht. Vooral door de felle kleuren van hun kleding – ‘gewone’ Koreanen gingen destijds overwegend donker gekleed.” Ahn studeerde echter maar kort traditionele Koreaanse dansen. Al gauw begreep ze dat moderne dans haar veel beter lag. “Bij moderne dans is de toekomst aan jou. Je hoeft aan geen enkele regel of voorschrift te voldoen.” Schaterlachend: “Ik háát regels.” Na een dansopleiding in Seoul werkte ze negen jaar in New York, totdat ze in 2001 gevraagd werd om artistiek directeur te worden van de Deagu City Dance Company, het eerste moderne-dansgezelschap in Zuid-Korea. Sinds 2005 leidt ze haar eigen groep Eun-Me Ahn Company en de creaties die ze hiervoor maakte, leverden haar de bijnaam ‘de Pina Bausch van Seoul’ op. “Ik ervaar dat als een grote eer. Pina en ik zijn tien jaar lang vrienden geweest en ze heeft ons – als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de twintigste-eeuwse dans – zó veel schoonheid en ontroering gegeven.”

Eun-Me Ahn Company – Dancing Grandmothers.

 is op 24 januari te zien in de Stadsschouwburg Amsterdam en van 26 t/m 28 januari in het Theater aan het Spui. Meer informatie en tickets >